De kostendruk voor aardappeltelers blijft in 2026 bestaan ondanks een lichte daling van de productiekosten, terwijl hogere bewaar- en arbeidskosten de winstgevendheid beperken.
NAV waarschuwt: lagere aardappelkosten in 2026 rechtvaardigen geen lagere contractprijzen

De Werkgroep Consumptieaardappelen (WCA) van de NAV heeft opnieuw de kostprijs voor het komende seizoen (2026) berekend. Na meerdere jaren van sterke kostenstijgingen, vanaf oogst 2022 tot en met 2025, verwacht de werkgroep dat de kostprijs in 2026 licht zal dalen.
Hiermee komt voorlopig een einde aan de explosieve stijgingen van de afgelopen jaren. Pootgoedkosten liggen iets lager, al profiteert slechts een beperkt deel van de telers hiervan. Arbeidskosten stijgen verder, terwijl kosten voor gewasbescherming en meststoffen grotendeels stabiel blijven.
Volgens de berekeningen van de WCA Komen bedraagt de kostprijs voor oogst 2026 op kleigrond 22,8 cent/kg bij levering vanaf het land en 29,1 cent/kg bij bewaring tot week 12. Voor zandgrond zijn deze cijfers respectievelijk 18,7 en 24,1 cent/kg.
Opslagkosten zijn in de afgelopen jaren sterk gestegen. Waar deze rond €1.100 per hectare lagen voor oogst 2019, bedragen ze nu bijna €2.000 per hectare. Het gebruik van kiemremmers speelt hierbij een belangrijke rol.
Hoewel contractprijzen de laatste jaren zijn gestegen, blijven deze volgens de NAV onvoldoende om de basis kostprijs plus een noodzakelijke risicomarge van 15% te dekken. Hierdoor is er volgens de werkgroep geen ruimte voor verdere prijsdalingen.
Achtergrond van de kostprijsberekening
Sinds 2010 berekent de WCA jaarlijks de kostprijs van consumptieaardappelen voor een modelbedrijf op zand- en kleigrond. De methode blijft gelijk zodat resultaten goed vergelijkbaar zijn tussen jaren.
De berekening is exclusief btw en beregeningskosten. Per beregeningsgift wordt €270 per hectare gerekend bij een gift van 25 mm. Teelt- en opslagkosten blijven naar verwachting vergelijkbaar met 2025.
Voor 2026 dalen de pootgoedkosten licht, terwijl arbeidskosten blijven stijgen. Meststoffen kunnen iets goedkoper worden en dierlijke mest levert mogelijk meer opbrengst. Gewasbescherming, grondkosten, brandstof en energie blijven ongeveer gelijk, al kunnen deze gedurende het seizoen sterk fluctueren.
Per saldo resulteert dit in een kostprijs die 0,2 tot 0,4 cent per kilo lager ligt dan vorig seizoen.
Van kostprijs naar gewenste opbrengstprijs
De WCA hanteert standaard een risicomarge van 15% bovenop de basis kostprijs om te komen tot een gewenste opbrengstprijs. Door toenemende weersrisico’s en het verdwijnen van essentiële gewasbeschermingsmiddelen is deze marge noodzakelijk om teelt op lange termijn rendabel te houden.
Voor 2026 betekent dit een gewenste opbrengstprijs voor fritesaardappelen van 18,7 cent/kg op zandgrond en 22,8 cent/kg op kleigrond bij levering vanaf het land. Voor levering uit bewaring (week 12) stijgen deze prijzen naar 24,1 cent/kg op zand en 29,1 cent/kg op klei.
Hierbij zijn beregeningskosten niet inbegrepen. Twee beregeningen per jaar verhogen de kostprijs al met circa 1 cent per kilo.
Contractprijzen onder druk
Volgens eerste signalen wil de fritesindustrie de contractprijzen met 3 tot 5 cent per kilo verlagen. Het Contract Tool van de sector toont dat de gemiddelde contractprijs voor oogst 2025 rond 26,5 cent/kg lag. Een verdere verlaging zou volgens de NAV onvoldoende zijn voor rendabele teelt.
De werkgroep waarschuwt dat prijsverlagingen onverantwoord zijn wanneer de sector toekomstbestendig wil blijven. Voor veel telers kan het telen van fritesaardappelen onder contract tegen de voorgestelde voorwaarden financieel onaantrekkelijk worden.
Voor tafelaardappelen ligt de kostprijs bij gelijke opbrengst zelfs 2,5 tot 3 cent per kilo hoger. Door verschillen in opbrengst en kwaliteitseisen is een individuele kostprijsberekening per bedrijf noodzakelijk. Ook hier blijft de risicomarge van 15% essentieel om risico’s op te vangen.





