Aardappelgewassen in Nederland terwijl telers en ketenpartners het Hoofdlijnenakkoord Gewasbescherming steunen om duurzame landbouw te bevorderen.
Nederlandse telers en NAO steunen Convenant Gewasbescherming voor een duurzamere aardappel- en plantaardige sector

De Nederlandse plantaardige sector heeft een belangrijke stap gezet richting een duurzamere landbouw met de ondertekening van het Hoofdlijnenconvenant Gewasbescherming op 14 juli 2026. De overeenkomst brengt de Nederlandse overheid, landbouworganisaties, ketenpartners en maatschappelijke organisaties samen om de milieu-impact van gewasbescherming te verminderen, de waterkwaliteit te verbeteren en innovatie te versnellen, terwijl telers meer rechtszekerheid en een langetermijnperspectief krijgen.
Het convenant werd ondertekend door BO Akkerbouw, Greenports Nederland, LTO Nederland en NAJK, waarbij de Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) via BO Akkerbouw medeondertekenaar is. De NAO beschouwt het convenant als een belangrijke basis voor een duurzame en concurrerende Nederlandse aardappelsector.
Telers zoeken een praktische route naar duurzame gewasbescherming
Het convenant stimuleert een bredere toepassing van Integrated Crop Management (ICM), waarbij telers het gebruik van traditionele gewasbeschermingsmiddelen verminderen door innovatie, precisietechnologieën en niet-chemische alternatieven.
Volgens Greenports Nederland investeren telers al volop in duurzamere teeltmethoden, maar zijn verdere investeringen in onderzoek, een snellere toelating van groene gewasbeschermingsmiddelen en geavanceerde technologieën noodzakelijk. Hoewel de Nederlandse overheid EUR 250 miljoen beschikbaar heeft gesteld voor onderzoek en de invoering van ICM, zijn volgens de sector aanvullende financiering en risicodeling nodig om de omschakeling haalbaar te maken.
Rechtszekerheid is essentieel voor telers
Landbouworganisaties benadrukken dat duurzaamheidsmaatregelen gepaard moeten gaan met duidelijke en consistente regelgeving.
LTO Nederland wijst erop dat telers steeds vaker te maken krijgen met klimaatverandering, zoals langdurige droogte, wateroverlast, een toenemende druk van ziekten en plagen, terwijl het aantal toegelaten werkzame stoffen voor gewasbescherming de afgelopen jaren met meer dan 60 procent is afgenomen. Tegelijkertijd zorgen uiteenlopende provinciale en gemeentelijke regels, zoals vergunningseisen, teeltbeperkingen en lokale gewasbeschermingsregels, voor extra onzekerheid.
De organisaties verwachten dat het convenant na de zomer zal leiden tot een landelijk beleidskader dat is gebaseerd op onafhankelijke wetenschappelijke inzichten en meer rechtszekerheid biedt aan telers.
Aardappelsector benadrukt innovatie en mondiale voedselzekerheid
In een afzonderlijke verklaring benadrukte de Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) dat het convenant niet alleen draait om milieuprestaties, maar ook om het behoud van een sterke aardappelsector die kan blijven investeren en innoveren.
Volgens de NAO ligt de kracht van het Nederlandse aardappelcluster in de samenwerking tussen veredelingsbedrijven, handelaren in poot- en consumptieaardappelen, telers, toeleveranciers, onderzoekers, onderwijsinstellingen en onafhankelijke kwaliteitsorganisaties. Deze samenwerking maakt de snelle ontwikkeling en toepassing van nieuwe aardappelrassen en productietechnologieën mogelijk.
De organisatie onderstreept daarnaast het belang van het behoud van aardappelteelt, veredeling en praktijkonderzoek in Nederland. Nederlandse pootaardappelen dragen jaarlijks bij aan de aardappelproductie voor ongeveer 800 miljoen mensen wereldwijd. Ook de ontwikkeling van rassen die beter bestand zijn tegen droogte en hitte wordt gezien als een belangrijke bijdrage aan de mondiale voedselzekerheid.
Compensatie en handelingsperspectief blijven belangrijke aandachtspunten
NAJK erkent dat het convenant kan leiden tot strengere maatregelen in kwetsbare natuur- en grondwaterbeschermingsgebieden. Tegelijkertijd stelt de organisatie dat telers volledig gecompenseerd moeten worden wanneer ingrijpende maatregelen gevolgen hebben voor hun bedrijfsvoering.
De sector pleit daarnaast voor werkbare alternatieven in plaats van ingrijpende maatregelen zoals teeltverboden, vergunningseisen en uitgebreide bufferzones. Tijdens overleg met leden gaven telers aan verduurzaming te ondersteunen, mits de maatregelen praktisch uitvoerbaar zijn en gebaseerd blijven op onafhankelijke wetenschappelijke inzichten.
Uitwerking van het convenant gaat na de zomer verder
De ondertekenende organisaties benadrukken dat het huidige convenant een raamovereenkomst is. Belangrijke onderdelen moeten na de zomer verder worden uitgewerkt, waarbij ook sectorspecifieke convenanten voor onder meer de aardappelsector zullen worden opgesteld.
De NAO bevestigde actief betrokken te blijven bij de verdere uitwerking van de afspraken, zodat de Nederlandse aardappelsector kan blijven investeren, innoveren en verduurzamen en tegelijkertijd haar internationale koppositie in aardappelteelt, handel en veredeling behoudt.




