[node:title]
    De Nederlandse aardappel kan een bijdrage leveren aan het oplossen van het voedselprobleem in Kenia. Daarvoor is vers, virusvrij pootgoed nodig. Rob Holtrop werkt daaraan.

    Aardappel is, na mais, het gewas dat in Kenia het meest wordt verbouwd voor lokale consumptie. Zo’n half miljoen boeren verbouwen zo’n 108.000 hectare. De meeste boeren zijn eigenaar van een klein stukje land en zijn verenigd in coöperaties. Ze oogsten jaarlijks 1 miljoen ton aardappelen in twee oogstseizoenen. Maar die oogst voldoet absoluut niet aan de vraag van de consument.

    Het probleem zit voor een gedeelte in het pootgoed. Het is al meer dan dertig jaar geleden dat er in Kenia nieuw, vers en gezond pootgoed werd gebruikt en in die tijd is het nooit vernieuwd of ververst. Het zit vol virussen. Enkele van de rassen die in Kenia als pootgoed gebruikt worden, komen oorspronkelijk uit Nederland, zoals Dutch Robyn en Desiree.

    Inmiddels is het Holtrop, in samenwerking met een laboratorium in Naivasha (KARI), gelukt om vier oude aardappelrassenvirusvrij te maken en weer opnieuw op te kweken, met opbrengsten van zo’n 70 ton per hectare per jaar, in twee oogsten. Hierdoor kunnen de lokale boeren hun oogsten aanzienlijk gaan verbeteren tegen dezelfde kosten. Het gaat om de rassen Dutch Robyn, Desiree, Tigoni Gold en Asante.

    Holtrop besloot dit project op te starten, omdat het tot nu toe dus bijna onmogelijk bleek om gezond pootgoed te importeren naar Kenia. Dat was Den Haag ook al opgevallen.

    Staatssecretaris van landbouw Henk Bleker bracht onlangs een bezoek aan Kenia en heeft met zijn Keniaanse collega-landbouwminister Sally Kosgei vastgesteld dat de noodzaak er is om de grenzen open te stellen voor vers pootgoed.

    Er is afgesproken dat er acht nieuwe Nederlandse aardappelrassen in Kenia mogen worden geïmporteerd. De aardappelrassen worden in samenwerking met Wageningen Universiteit en Researchcentrum geselecteerd;voor het eind van dit jaar moet dit geregeld zijn.
    Help